Sitemap | Colofon | Continuüm psychiatrie
  • Home
  • Literatuur
    • Algemeen
    • Diagnostiek
    • Psychotherapie
    • Farmacotherapie
    • Somatische aspecten
    • Kinderwens en zwangerschap
  • Mediatheek
    • Webcasts
    • Presentaties
  • E-learning
  • Forum
  • Promoties
    • 2006-2010
    • 2001-2005
    • 1996-2000
    • 1991-1995
    • 1981-1990
    • 1974-1980
  • Adviesraad
  • Help

“Bipolaire dissertaties” in Nederland (2001-2005)

 
1. Reichart, C.G. (2005) Being a child of a bipolar parent. Erasmus Universiteit Rotterdam. Informatie over de psychopathologie, het gezinsfunctioneren en het sociale functioneren van kinderen van een ouder met een bipolaire stoornis.
 
2. Wals, M. (2004) Children of Bipolar Parents. Prevalence of psychopathology and antecedents of mood disorders.  Rijksuniversiteit Groningen. Marjolein Wals onderzocht de effecten op kinderen van patiënten met een bipolaire stoornis. Zij ontdekte onder meer dat deze kinderen wel meer stemmingsstoornissen hebben, maar ook dat zij niet meer andere psychische problemen hebben dan gemiddeld, terwijl dit in vele andere studies wel was vastgesteld. Wals onderzocht 140 kinderen tussen 12 en 21 jaar uit 86 gezinnen met een manisch depressieve ouder. Bij de kinderen werd bloed afgenomen en ze werden psychologisch getest en geïnterviewd. Wals beschrijft twee metingen die zijn gedaan met een tijdsinterval van 14 maanden. Uit haar metingen blijkt dat de kans op stemmingsstoornissen bij kinderen van manisch-depressieve ouders vergroot wanneer er stemmingsstoornissen en misbruik van drugs en/of alcohol in de familie voorkomt.
Ook een laag geboortegewicht van het kind vergroot de kans op problemen. Ernstige levensgebeurtenissen blijken nogal eens samen te hangen met de ontwikkeling van stemmingsstoornissen bij de kinderen, maar deze stressvolle gebeurtenissen lijken eerder het gevolg van al bestaande stemmingsproblemen dan de oorzaak van nieuwe stemmingsproblematiek. Op basis van haar resultaten verwacht Wals dat behandelaars nu tijdig kunnen starten met behandelen en mogelijk zelfs preventief kunnen gaan behandelen om verergering van problemen die er al zijn te voorkomen.
 
3. Kupka, R.W. (2003) Rapid cycling. Discriminating factors in rapid and non-rapid cycling bipolar disorder. Universiteit Utrecht. Dit onderzoek geeft een overzicht van deze moeilijk behandelbare vorm van de bipolaire stoornis, en de prevalentie en geassocieerde factoren in een naturalistische ambulante patiëntenpopulatie. Het prospectieve onderzoek naar de validiteit van het onderscheid tussen rapid cycling en non-rapid cycling staat model voor andere grensverkenningen tussen psychiatrische categorieën.
 
4. Sobczak, S. (2002) Serotonin and bipolar disorders. Serotonergic vulnerability in first-degree relatives of patients with bipolar disorder. Universiteit Maastricht.  In de zoektocht naar endofenotypen is onderzoek bij gezonde eerste graads familieleden onontbeerlijk. In dit proefschrift werden serotonerge markers als potentiele endofenotypen onderzocht. Daarnaast werd de vetzuur en cholesterol status als biologische marker van de bipolaire stoornis onderzocht.
Inloggen
bent u nog geen lid?
Wachtwoord vergeten?

E-learning & Forum

 

Agenda

Alle 8 afleveringen van de online-nascholing Bipolaire Stoornissen zijn beschikbaar