Sitemap | Colofon | Continuüm psychiatrie
  • Home
  • Literatuur
    • Algemeen
    • Diagnostiek
    • Psychotherapie
    • Farmacotherapie
    • Somatische aspecten
    • Kinderwens en zwangerschap
  • Mediatheek
    • Webcasts
    • Presentaties
  • E-learning
  • Forum
  • Promoties
    • 2006-2010
    • 2001-2005
    • 1996-2000
    • 1991-1995
    • 1981-1990
    • 1974-1980
  • Adviesraad
  • Help

“Bipolaire dissertaties” in Nederland (2006-2010)

 
1. Rossum, van I. (2010). Onset, course and comorbidity of bipolar symptoms in population and treatment settings. Universiteit Maastricht.
 
2. Schot, van der A.C. (2009) The bipolar puzzle, adding new pieces. Factors associated with bipolar disorder, genetic and environmental influences.  Universiteit Utrecht.
 
3. Jabben, N.E.J.G. (2009) Exploring Neurocognition across the Psychosis Continuum. Maastricht University. Studie naar de rol van neurocognitie als indicator van de genetische kwetsbaarheid en voorspeller van functioneren bij schizofrenie en de bipolaire stoornis (manisch depressiviteit). De bevindingen worden besproken in de context van de veronderstelde overlap tussen deze twee ziektebeelden.
 
4. Wilting, I. (2008) Patterns and clinical outcomes of lithium treatment. Universiteit Utrecht. Voor een samenvatting, klik hier.  Lithium is nog steeds de peiler van de farmacotherapeutische behandeling van bipolaire stoornissen. In de onderzoeken in dit proefschrift zijn het gebruik, de externe en de interne invloeden op de lithiumspiegel alsmede een van de bijwerkingen van lithium namelijk de nefrogene diabetes insipidus nader onderzocht.
 
5. Tijssen, M.J.A. (2008) Tracing Bipolar Disorder to its Developmental Origin in the General Population. Maastricht University.
 
6. Regeer, E.J. (2008) A different perspective on bipolar disorder. Epidemiology, consequences, concept, and recognition of bipolar spectrum disorder in the general population. Rijksuniversiteit Groningen. De huidige kennis over de bipolaire stoornis is voornamelijk gebaseerd op klinische populaties. In dit proefschrift worden de (mildere) uitingsvormen, de prevalentie, de gevolgen, de mate van herkenning en behandeling van de bipolaire stoornis in de algemene bevolking onderzocht.
 
7. Goossens, P.J.J. (2008) Nursing care for outpatients with a bipolar disorder: A study of current practice, care needs, coping and quality of life. Radboud Universiteit Nijmegen.  In dit onderzoek wordt stilgestaan bij de verpleegkundige zorg aan ambulante patiënten met een bipolaire stoornis. Enerzijds is beschreven wat er in de literatuur bekend is en word verslag gedaan over een beschrijvend onderzoek naar wat verpleegkundigen in Nederland werkelijk doen. Anderzijds wordt verslag gedaan van onderzoek naar zorgbehoeften, coping stijlen en kwaliteit van leven bij patiënten en van onderzoek naar de gevolgen voor de naastbetrokkenen.
 
8. Hoekstra, R. (2007) Pterins and affective disorders. Erasmus Universiteit Rotterdam. Het proefschrift beschrijft de invloed van een aantal biochemische parameters, zoals stikstofoxide (nitric oxide, NO) en aminozuren op het ontstaan van verschillende stemmingsstoornissen. Zeker de kwetsbaarheid voor het ontstaan van bipolaire stemmingswisselingen lijkt gerelateerd aan verstoringen in dit soort biochemische metabolismen. 

9. Hillegers, M.H.J. (2007) Developing Bipolar Disorder. A follow-up study among children of patients with bipolar disorder. Rijksuniversiteit Groningen. Over de oorzaken van de bipolaire stoornis is nog weinig bekend. Wel is bekend dat als iemand een bipolaire stoornis heeft, diens familieleden een verhoogde kans op deze stoornis hebben. De kinderen van patiënten met een bipolaire stoornis zijn daarom vanuit wetenschappelijk oogpunt een ideale groep om de ontwikkeling van de bipolaire stoornis te onderzoeken. In dit proefschrift worden 140 kinderen tussen 12 en 21 jaar uit 86 gezinnen met een bipolaire ouder gedurende 5 jaar gevolgd en psychiatrisch onderzocht. Bij de kinderen werd bloed afgenomen en ze werden ook psychologisch getest. Vrijwel alle kinderen die uiteindelijk een bipolaire stoornis ontwikkelden, hadden eerst een depressieve episode. Dit betekent dat het doormaken van een depressie een risicofactor is voor de ontwikkeling van een bipolaire stoornis, en tegelijkertijd al de eerste episode is van de bipolaire stoornis. Verder ontdekte Hillegers dat stressvolle levensgebeurtenissen (bijvoorbeeld een verhuizing of het overlijden van een huisdier) en schildklierafwijkingen aanzienlijk bijdragen aan de biologische en psychologische kwetsbaarheid van de onderzochte groep.

10. Knijff, E.M. (2006) Bipolar Disorder; not only in the Brain. Immunological Aspects. Erasmus Universiteit Rotterdam. De ethiologie van bipolaire stoornis blijft tot de dag van vandaag een ingewikkelde puzzel, waarbij bekend is dat meerdere factoren een rol spelen. In de dissertatie van Esther Knijff wordt de rol van het immuunsysteem belicht. Geconcludeerd wordt dat het immuunsysteem bij patienten met een bipolaire stoornis zich in een milde geactiveerde staat bevindt en dat deze patienten meer risico lopen op het ontwikkelen van een autoimmuunziekte, met name gericht tegen de schildklier. Toekomstig onderzoek moet meer duidelijk gaan maken wat de exacte rol van het immuunsysteem in de complexe puzzel is.

Inloggen
bent u nog geen lid?
Wachtwoord vergeten?

E-learning & Forum

 

Agenda

Alle 8 afleveringen van de online-nascholing Bipolaire Stoornissen zijn beschikbaar